
writing our stories
while wandering life
HARTVOL
Op veler verzoek en aangemoedigd door lieve woorden van zovelen ben ik begonnen: ik schrijf een boek!
Een bundel met eerlijke, oprechte columns en korte verhalen. De bundel noem ik HARTVOL. Want waar het hart vol van is, maakt het leven het leven waard, vind je ook niet?
HARTVOL gaat over groots genieten van het kleine mooie. Over ongelukkige keuzes, jezelf herpakken en moedig verder leven. Over ouderschap en de ragfijne lijn tussen angst en vertrouwen. Over vriendschap, hartenpijn en relatiesoep. Over zoete herinneringen bakken en het leven leven met je liefsten, soms met restjes verdriet onder je nagels.
Dit boek gaat over leven.
Wil jij graag een exemplaar? Schrijf je dan in op de wachtlijst. Je hoort het direct wanneer de verkoop start!

COLUMNS
van Gina die eerder zijn gepubliceerd
-
Uiteindelijk gaat het erom van wie je houdt en wie van jou houdt. De rest is schone schijn. Dat zei Kate Mularkey voor ze stierf, boezemvriendin van Tully Hart in de serie Firefly Lane. Kate en Tully zouden zonder nadenken voor de ander op slippers en met blote handen een hyena vangen en fileren als het moest.
"Ik zou ook graag één echte vriend willen,” zegt mijn zoontje als hij naast me zit en ik mijn serie kijk. Mijn hart kantelt even en valt dan weer terug op zijn plek.
"Is er dan niemand die in de buurt komt van een beste vriend?”
"Nee. Niet zoals bij Kate en Tully in jouw serie.”
Ik wil hem zeggen dat Tully en Kate niet echt bestaan. Maar dan zou ik liegen. Want deze fictieve vrouwen vertegenwoordigen alles waar vriendschap in real life over gaat.
Ik leefde ook lang met één vriendin. Niet altijd dezelfde. Wel een beste. Een alles. En hoewel ik soms afgunstig naar groepen meisjes keek en daar stiekem ook graag bij wilde horen, had mijn introverte ziel vermoedelijk het leven gelaten bij groepsvorming.
Maar die ene persoon heb je nodig. Als je jong bent, maar nog veel meer als je ouder wordt. Je hebt iemand nodig die irritant eerlijk is over jouw gedrag. Die van je blijft houden, ook al scheld je haar de huid vol in een dronken bui. Die jouw haren optilt als je boven de pot belandt. Die polshoogte neemt als je niet meer reageert in de groepsapp. Die er voor je is als je hart kapot valt op de keukenvloer. Die niet oordeelt, maar probeert te snappen waarom je kiest voor een leven zonder vlees. Een persoon vooral, die jou het gevoel geeft dat je ertoe doet. Diep in je hart wil je dat. Ertoe doen.
Toen mijn moeder stierf, scheen het donker licht op mijn vriendschappen. Sommigen vielen minder op. Maar anderen des te meer. Dat zijn de personen die ik nooit meer voor lief neem. Want zij gaven mij het gevoel dat ik ertoe doe. En dat ik belangrijk genoeg ben voor hun kostbare tijd. Want uiteindelijk gaat het erom van wie je houdt en wie van jou houdt. De rest is schone schijn. -
Ik was 26 toen ik moeder werd. De zwoelte van volle kroegen en benevelde hoofden trokken nog aan mij. Ik vond dat ik recht had op los en nachtelijk vertier. Mijn dochter logeerde dan ook regelmatig bij oma. Keek ik na middernacht in haar lege ledikantje, dan snotterde ik in stilte. Ik verlangde naar een vol nest en tegelijkertijd naar een onvoorspelbaar leven en een backpack op mijn rug. Ik wilde op zondagochtend haar kindervoetjes horen, maar ook tot het ochtendgloren mijn rug nat dansen op een barkruk met een wodka in mijn hand. Vrijheid en ouderschap. Ze smelten niet lekker samen en je krijgt er never-nooit-niet een visje krokantbruin in gebakken.
Heel soms overvalt het me nog steeds, het gevoel gevierendeeld te worden. Laatst nog. Toen na vier weken stabiel donkergrijs weer op een dag de hemel in vierendertig tinten Stille Oceaan openbrak en de zon schel door het raam tetterde. Vorst! Het was dezelfde dag waarop mijn zoontje met hoge koorts uit bed kwam en de daaropvolgende twee dagen niet onder mijn oksel vandaan wilde. Ik zag het stralende winterweer vanachter het raam en voelde mij die grote, levenslustige gorilla in een te kleine Artis. Na wat worstelen en wentelen in weerstand kun je uiteindelijk niet anders dan erin berusten. Of het word je fataal.
Toen ik na die zonovergoten winterdag mijn zoontje naar bed bracht en hij ‘je bent lief’ fluisterde voor hij zijn koortsige ogen sloot, besloot ik vriendschap te sluiten met die begeerlijke vrijheid in plaats van het te veroordelen tot een kerker in diepe krochten van mijn ziel. Zonder winter immers geen zomer. Zonder licht geen donker. Het is er allemaal. Vrijheid is als het begin van een regenboog. Je kunt blijven zoeken, maar vinden zul je het nooit. Berust je erin, dat vindt het jou vanzelf. Maar makkelijk is dat niet.
-
Het laatste dat mijn moeder voor mij kocht voor sinterklaas was een zeepdispenser. Zo’n stationnetje waar je ook een sponsje in kwijt kan. Ze was toen al heel ziek, ook al wisten wij dat niet. Het moet haar veel moeite hebben gekost om die zeepdispenser te kopen. Ik vond het ding niet eens zo mooi, maar het herinnert me aan onze laatste pakjesavond samen.
Niet lang na 5 december ging het bergafwaarts. Ik denk nog vaak aan de laatste woorden die ze me toefluisterde. ‘Doe het goed, of ‘doe het goede’. Ik kon haar moeilijk verstaan, want haar kracht nam af bij elke ademteug. Wat bedoelde ze met die uitspraak? Vond ze dat ik op dat moment niet het goede deed? Of moedigde ze me juist aan om het goede te blijven doen? Ik weet het niet. Haar licht was al gedoofd, haar stem gebroken. Misschien wel door al het goede dat ze zelf al had gedaan in haar leven.
Ik vind dat mijn moeder heel veel goed deed. Buren van buren, vrienden van nichten en kinderen van vriendinnen konden aanschuiven bij nummer 37. Iedereen mocht nemen wat onze koelkast bood. Ontbrak er iets, dan stapte ze op de fiets naar de supermarkt en kocht het. Ze was gul. Met alles. Haar hart was groot, warm en voor iedereen. Er kon altijd een ziel bij. Thuis aan tafel, in haar hart, in zelfgemaakte tenten op de bank, in de PX aan de bar, bij de koffie in Lennon’s, op zolder tijdens slaapfeestjes of in de tuin onder de boom; hoe meer zielen, hoe meer vreugd.
Toch deed ze ook best wat dingen minder goed. Logisch natuurlijk. Want mijn moeder was naast een engel ook maar gewoon een mens. Die minder goede kanten kopieerde ik onbewust, ik nam ze mee naar mijn volwassen leven. Heel veel mensen doen dat, want ouders zijn het grootste voorbeeld dat je hebt. Die bagage weerhield mij in sommige situaties ervan het goede te doen. Goed ruziemaken bijvoorbeeld. En het goed goedmaken. Goed aangeven wat ik nodig heb. Goed uiten van emoties. Al die dingen deed mijn moeder – en mijn vader ook niet trouwens – niet zo goed voor aan mij. Ik leerde ze fout aan en iets afleren is lastig.
Schade en schande dwongen mij om verkeerd aangeleerd gedrag in te ruilen voor beter. Of het in ieder geval te proberen. Want behalve dat het vele malen fijner leeft, geef ik, samen met mijn man, graag het goede voorbeeld aan onze kinderen. Ik weet zeker dat mijn ouders dat ook probeerden. Uiteindelijk willen we allemaal het goede doen, nietwaar?
-
Mijn moeder had nooit gedacht dat ik het geld bij elkaar zou krijgen toen ik aankondigde dat ik een jaar naar Australië wilde. Maar ik was vastberaden. Met iets van drieduizend gulden op zak vertrok ik op mijn twintigste.
In de tijd dat ik Down Under was, hadden mobiele telefoons nog drukknopjes en was overseas bellen bloedduur. Mailen deed je in een internetcafé, waar je een dollar in een gleuf deed en de pc een kwartier bliepte voordat ‘ie je mail opende. Ik sprak het thuisfront dus zo’n eens per twee weken, aan een openbare telefoon op straat. Acht maanden zag ik mijn ouders en vriendinnen niet. Ik zag ook niet dat mijn moeder, hoe langer mijn reis duurde, hoe meer gewicht verloor. Ze had het moeilijk. Maar ze liet me. Ze gunde me die vrijheid en schonk me haar vertrouwen. Een mooier cadeau kun je je kinderen niet geven.
Als ik denk aan die tijd, dan voel ik vooral die overweldigende zoete vrijheid. Vrij om te gaan en staan waar en met wie ik maar wilde. Met alleen mezelf, en op mijn rug twintig kilo kleren en een landkaart van negen vierkante meter. Het was een tijd van kortstondige verliefdheidjes, het laten zakken van twee-literpakken supermarktwijn van twee dollar, impulsief een busje huren met zes wildvreemden die ik op een driedaagse treinreis had ontmoet, 1.500 kilometer liften langs de fenomenaal mooie westkust, peren plukken op een ladder in veertig graden, met de nachtploeg fruit sorteren aan de lopende band waar ik een pesthekel aan had - maar wat goed verdiende, een festival bezoeken in de woestijn met mensen die ik amper kende, met veel liefde druivenranken verzorgen in kilometers wijngaard onder de hete Australische zon, diepzeeduiken met haaien in een felblauwe zee, pizza eten en liedjes zingen bij kampvuur op het strand, op tafels dansen in de kroeg, maanden op een matje slapen in een piepklein tentje. Ofwel: pure, zalige, jeugdige vrijheid.
Ik gun het iedereen, zo’n solo-avontuur. Mijn vader zou zeggen: 'Je bent maar een klein deel van je leven echt jong en vrij. De rest van je leven heb je zorgen en verantwoordelijkheden.' Ik weet nu dat hij gelijk had. Of ik het overleef als mijn kinderen in mijn voetsporen treden, betwijfel ik. Maar ik gun ze de hele wereld -
Mijn relatie met december is al lang haat-liefde. Het is de maand van opkrullen, chocolademannetjes, kaarslicht, wollen sokken en de eerste sneeuwvlokken. Maar ook van het goedpraten van die 51 koeriers aan de deur, schoenrijmelarij, sociale overkill en nachtelijk herkauwen op de vraag: vinden ze de cadeautjes straks wel leuk? Het trekt mijn accu leeg. December is mijn meest vriendelijke vijand, verkleed in een fluwelen glitterjurk.
Mijn moeder daarentegen… zij was op haar best in december. Onvermoeibaar sprokkelde ze voor 5 december perfecte cadeautjes bij elkaar en vooral op kerstavond, wanneer de familie traditiegetrouw bijeenkwam voor de broodtafel, schakelde ze moeiteloos door naar z’n zes. Servetringen, het tafelkleed, de glazen, borden, kaarsen, servetten, het bestek en de opscheplepels; het kon zo op de cover van Landelijk Wonen magazine. Ze serveerde 39 soorten broodbeleg, 12 varianten harde en zachte bolletjes en we dronken thee uit kopjes uit de tijd van Jezus’ geboortedag. Kerst werkte bij mijn moeder als een rode lap op een stier. Ze was niet te stoppen. En ze genoot ervan met hoofdletters.
Vorig jaar was een nare. De eerste Kerst zonder mijn moeder en die was ronduit k*t. Hol, leeg, pijnlijk, verdrietig en koud. Ik voel nu dat het anders mag. Ik wil een paillettenjurk aan, glitters in mijn haar en met rode nagellak zoete cocktails slurpen met vriendinnen. Ik wil een grote echte boom in huis. Vol met mijn moeders kerstballen, kerstengeltjes en linten. Met haar in gedachten zing ik mee met de golden kerstoldies terwijl ik een royaal kerstontbijt klaar maak. Ook leg ik een lelijke kerstmat voor de deur. Ik ga all the way. Om te herinneren, te koesteren en te leven. Want zo was mijn moeder ook. Een tevreden levenskunstenaar, die Kerst vieren tot kunst had verheven. -
Een akelige cocktail van overmoed, een gladde glijbaan en zwaartekracht veranderde ons pinksterweekend in een horrorscène. Mijn zoon viel op de glijbaan recht op zijn gezicht waarbij zijn grotemensenvoortand het bot van zijn bovenkaak doorboorde en verdween onder zijn neus. Je zag de tand onderhuids zitten en in zijn mond gaapte een bloederig gat. Ik moest gaan zitten om niet gillend gek te worden.
Het gebeurde rond twee uur in de middag, om half zeven werden we ontvangen in de Mondzorg Poli in Amsterdam en om tien uur ’s avonds namen we het kleine gehavende mannetje weer mee naar huis. Met de tand weer terug op zijn oorspronkelijke plek, die geringe overlevingskansen van de tandarts meekreeg... Compleet murw en met in onze hand een klein zakje hoop gaven we ons voorzichtig over aan de nacht.
De nacht had genade met mijn zoon, hij sliep rustig en pijnloos. Ik niet. De hele martelgang bij de tandarts bleef rondcirkelen in mijn hoofd en ik kon een schuldgevoel maar moeilijk afschudden. Ik moest denken aan mijn buurvrouw wiens zoon een agressieve vorm van kanker in zijn been heeft. Ik moest denken aan alle ouders die dagelijks met een zware ketting om het hart het leven van hun kind in de handen van artsen moeten leggen. Ik moest denken aan alle kinderen van ouders in oorlog. Ik voelde de machteloosheid, hoe die je compleet gestoord kan maken. De kracht ervan. Hoe het je binnenste wegvreet, met grote brokken tegelijk, tot er geen splinter meer van over is.
Het lijdzaam moeten toezien hoe je kind pijn lijdt, is de ergste pijn die bestaat. Je zegt wel eens: “Als mijn kind ziek wordt overleef ik het niet.” Maar dat doe je wel. Want je moet. Ook al zou je willen dat je sterft. Maar goddank zijn kinderen veerkrachtig. Hun rek is zo groot als de evenaar. Ze blijven niet hangen in hun zwaarmoedige hoofd zoals een volwassene dat doet. Nee, zij leven nu. Ondanks de shit zingen ze mee met een liedje. En ook al ligt hun bovenkaak aan diggelen, kunnen ze alleen vloeibaar eten slurpen, mogen ze niet niezen, springen of rennen, ze blijven veerkrachtig. Mijn zoon heeft niet in de gaten dat hij mij daarmee overeind houdt, in plaats van ik hem.
En ik weet het, het is ‘maar’ een tand en het geneest. Maar het is wel mijn zoon.
LIEFDE & LOF
“Wat geniet ik toch altijd van je columns. Dank je wel!”
“Wauw! Het samenspel van gedachten en gevoelens heb je meesterlijk uitgedrukt.”
“Complimenten voor de fraaie weergave van je diepe roerselen.”
“Gina spreekt de taal van vele mensen. ”

RESERVEER JE BOEK
Wil jij graag een exemplaar?
Schrijf je dan in op de wachtlijst. Je hoort het direct wanneer de verkoop start!
de bundel wordt in beperkte oplage gedrukt